Tien verhalen over 10 jaar Endura verteld door onze leden
Wim Buitenhuis (91) uit Harderwijk is Endura-lid van het eerste uur. Hij was werkzaam als opzichter aanleg gasnet en middendrukleidingen bij GAMOG (Gas Maatschappij Oost-Gelderland).
Buitenhuis is auteur van het boek Geschiedenis van de Harderwijker gasfabriek 1857–1957.
Van stadsgas naar aardgas
Wim Buitenhuis werkte in de jaren zestig mee aan de overgang van stadsgas naar aardgas in Harderwijk. Nu, ruim zestig jaar later, volgt hij de huidige energietransitie met belangstelling, maar ook met zorgen. “Het verschil met toen is er echt een van dag en nacht.”
Vroege betrokkenheid bij Endura
Vanuit die ervaring sloot Buitenhuis zich al vroeg aan bij Endura. “Ik zag het nut ervan in. Bij zo’n energietransitie moet je de mensen betrekken.” Zijn interesse werd verder aangewakkerd door lezingen over de energietransitie, waar hij al vroeg kritische vragen stelde. “Ik vroeg meteen: hoe gaat dat met appartementen? Dat zou geen probleem zijn, werd gezegd. Maar daar twijfel ik sterk aan.”
De praktijk van het appartementencomplex
Die twijfel is persoonlijk. Buitenhuis woont in een appartementencomplex met 56 woningen. “Hier past geen warmtepomp. Dat gaat gewoon niet.” Hij probeerde het onderwerp bespreekbaar te maken door buurtbewoners aan te schrijven en samenwerking voor te stellen, maar kreeg geen reacties. “Ook binnen de VvE leeft het nauwelijks, terwijl je zonder meerderheid niets voor elkaar krijgt. Dat baart me zorgen.”
Waarom de vergelijking mank gaat
De vergelijking met de energietransitie van de jaren zestig gaat volgens Buitenhuis mank. “Toen lagen de gasleidingen er al. Het was vooral een technisch en organisatorisch traject, uitstekend geregeld.” Bewoners werden vooraf bezocht en geïnformeerd, en toestellen werden collectief aangepast of vervangen tegen lage kosten. “Voor de meeste mensen veranderde er weinig, behalve dat het comfort toenam.”
Een veel complexere opgave
De huidige transitie is veel ingewikkelder, stelt hij. “Bij warmtenetten lever je zeggenschap in, terwijl de kosten onzeker zijn. En het is maar de vraag of het uiteindelijk goedkoper wordt.” Bovendien ziet hij een kloof tussen experts en bewoners. “Er wordt vaak op een ander niveau gepraat. Mensen met veel kennis vergeten soms te luisteren naar de zorgen van gewone burgers, vooral over betaalbaarheid.”
Het belang van lokale zeggenschap
Juist daarom vindt Buitenhuis lokale initiatieven als Endura belangrijk. “Als de lasten en lusten lokaal blijven, ontstaat er meer draagvlak. Dat was ook de oorspronkelijke gedachte.” Zelf is hij bescheiden actief binnen Endura: hij bezoekt bijeenkomsten en is klein aandeelhouder in zonnepanelen.
Zijn oproep aan Endura is helder: “Rustig doorgaan. Deze transitie is ingewikkeld en onzeker. Juist daarom is het essentieel dat mensen zich gehoord voelen.”
Ruud Mantingh (58) was de eerste voorzitter van Endura, een functie die hij 6 jaar heeft bekleed. Hij is eigenaar van een adviesbureau dat zich bezighoudt met beleidsvraagstukken op het vlak van bodem, water, landbouw en biodiversiteit, met vestigingen in Harderwijk en Ede.
Ondernemen in coöperatieve vorm
Vanuit zijn achtergrond in de landbouw, waar de coöperatie van oudsher een succesvolle ondernemingsvorm is, bracht Ruud vanaf het begin een duidelijke visie mee: bouw aan een sterke, professionele en gedragen energiecoöperatie.
“Er is heel bewust gekozen voor het coöperatieve model. Een vereniging met leden die hun stem moeten laten horen. Dat mag positief zijn, maar ook kritisch. Zonder ruimte voor constructieve kritiek word je als organisatie niet beter, maar zwakker.”
Pionieren
De beginfase van Endura noemt hij zonder aarzeling pionieren. “We begonnen letterlijk met niets. Het eerste bestuur bestond uit allemaal ondernemende mensen; mensen die het leuk vonden om van niets iets te maken. Die houding van kansen zien, durven beslissen en vooruitdenken heeft Endura echt geholpen om snel stappen te zetten.”
Verbinden én professionaliseren
Ruud investeerde als voorzitter bewust in de mensen om hem heen. “In de eerste jaren was Wim Sederel de enige betaalde kracht. Ik belde bijna dagelijks met hem, soms gewoon even vragen hoe het gaat, soms klankborden of zaken bespreken die aandacht nodig hadden. Ik vond het belangrijk dat hij zich gesteund en niet alleen voelde.” Ook onderlinge verbinding kreeg aandacht. “Aan het eind van het jaar een etentje organiseren, met een klein cadeautje. Dat soort dingen helpen om een team te worden.”
Tegelijkertijd lag de lat hoog als het ging om professionaliteit. “We wilden dingen gewoon goed geregeld hebben. Binnen no time zijn we het goedbedoelde amateurisme ontstegen.” Dat was cruciaal in het contact met de gemeente. “We kwamen als beginnende organisatie wel een fors bedrag subsidie vragen. Dan moet je laten zien dat je serieus genomen kunt worden omdat je basis op orde is.” Dat vertrouwen kwam er, mede dankzij een goede samenwerking met onder andere wethouder Pieter Teeninga.
Idealisme en realisme
Een vraag van voormalig burgemeester Harm-Jan van Schaik is Ruud altijd bijgebleven: ben je de koopman of de dominee? “Het is allebei. We doen dit uit idealisme, maar het moet mensen ook iets opleveren. Interesse creëren gaat het best via de portemonnee.”
Groot denken, samen doen
Onder Ruuds voorzitterschap lag de focus sterk op zichtbaarheid via opwekprojecten. Tegelijk ziet hij dat Endura zich blijft ontwikkelen. “Nieuwe zonneparken en windmolens zijn op dit moment lastig te realiseren, maar initiatieven zoals energiecoaches laten zien dat Endura meebeweegt.”
Ruud vindt het belangrijk dat Endura zich niet te bescheiden opstelt: “We zeiden ooit: 80 procent van Harderwijk verbinden aan Endura. Dat is ambitieus, maar zonder grote dromen kom je nergens.” Zijn boodschap is helder: “Bouw een community. Neem zelf verantwoordelijkheid. Zorg goed voor elkaar en voor de aarde. Dat is geen politiek, maar gewoon nuchter boerenverstand.”



